Verslavingszorg

De afdeling verslavingszorg is een opnameafdeling met 30 bedden die plaats geven aan volwassenen met een afhankelijkheidsproblematiek, vaak in combinatie met  interpersoonlijke of psychische probleemgebieden. Er zijn 2 behandelgroepen op de afdeling: behandelgroep verslaving (20 bedden) en behandelgroep oriëntatie (10 bedden). We streven naar een opnameduur tussen de 6 weken en de 6 maand.

Vanuit de integrale benadering die automatisch voortvloeit uit het biopsychosociaal model  wordt zowel het ontstaan als de beëindiging van een verslavingsproblematiek beschouwd  als het resultaat van een  continue interactie tussen: een aangeboren kwetsbaarheid (biologisch), de persoonlijke ontwikkeling (psychologisch), en de omstandigheden (sociaal).

De afdeling verslavingszorg hanteert een eclectische stijl die voornamelijk gebaseerd is op oplossingsgerichte, cognitieve-en gedragstherapie  en systeem-therapeutische referentiekaders. Deze kaders helpen de cliënt zijn keuzemogelijkheden te vergroten en dus meer oplossingsgericht gedrag te stellen. Verder beschouwen we gedragstherapie, motivationele gespreksvoering en terugvalpreventie als complementaire basisstrategieën, die in de loop van het hulpverleningsproces van essentieel belang zijn.

Binnen de behandelgroep verslaving  leert de patiënt om te gaan met craving en krijgt hij  tools aangeboden die gericht zijn op hervalpreventie. De focus van het therapieprogramma ligt op het verwerven van kennis en inzicht in de afhankelijkheidsproblematiek. Er wordt ook gewerkt met de omgeving van de patiënt omdat de afhankelijkheidsproblematiek ook deze sterk beïnvloed. Het therapeutisch aanbod bestaat uit psycho-educatie,  assertiviteitstraining, individuele psychotherapie, beeldende systemische therapie, intensieve sociale begeleiding, familiegesprekken,  groepspsychotherapie, interactieve kooktherapie, psychomotore therapie, creatieve therapie, module “omgaan met verslaving” , relaxatie en vrijetijdsactiviteiten.

Binnen de behandelgroep oriëntatie  ervaren de patiënten bovenop de afhankelijkheidsproblematiek  ook nog bijkomende cognitieve deficieten. De klemtonen liggen  hier enigszins anders . De voorgaande therapeutische referentiekaders zijn ook hier van toepassing maar de klemtoon ligt op een empatisch-directieve benadering waarbij empatisch  staat voor ‘invoelen’ en directief staat voor ‘sturend/structurerend. De doelstelling is het herstellen van verloren functies en het behouden van de resterende mogelijkheden. Hier bestaat het therapeutisch programma uit een alcoholgroep, aanleren van compensatietechnieken,  creatieve  therapie, evaluatietesten, interactieve kooktherapie, actualiteit, bewegingstherapie, groepsgesprekken, ADL-training,  functietraining, relaxatie, intensieve sociale begeleiding  en vrijetijdsactiviteiten.